Gerrit
Enige
tijd geleden speelde ik als vrijwilliger elke donderdagavond piano in
het restaurant van een verzorgingstehuis in Leiden. Het merendeel van
de bewoners aldaar heeft te kampen met dementie, iets waar ik niet
voor ben opgeleid en totaal geen ervaring mee had.
Er
sprongen drie dementerende bewoners in het oog. Er was één dame die
op haar hoge leeftijd nogal dichtbij kwam en op een gegeven moment
min of meer grensoverschrijdend gedrag vertoonde waar ik toen zelf
iets van heb gezegd. Op een vriendelijke wijze uiteraard, waarna het
stopte. En dan waren er de twee uitersten: één bewoonster die mijn
pianospel
helemaal niets vond en wel eens, terwijl ik aan het spelen was, naar
me toekwam om me te vertellen dat ze het helemaal niets vond. En er
was Gerrit. En Gerrit vond het helemaal geweldig en kwam altijd even
gezellig aan mijn piano staan om met zijn zachtaardige, licht
krakende stem, een kort praatje te maken.
Ik
heb zoals gezegd geen ervaring met dementie. Daarnaast ben ik erg
gevoelig voor de uitwerking van botte, of laten we zeggen directe
persoonlijke kritiek. En dus kon ik er helaas opnieuw niet om lachen
toen 'de vervelende mevrouw' voor een derde keer mijn bui verpestte,
door, terwijl ik aan het spelen was, te zeggen: "ja maar dit is
toch helemaal niet mooi?!" In
plaats van dat ik in lachen uitbarstte, was de maat
vol. Afkeer van
een enkeling had
het weer eens gewonnen van enthousiasme van
het merendeel van de mensen in
de hele zaal, die waarschijnlijk stilletjes best hadden
genoten
van mijn spel.
Ergens
vond ik het jammer, vooral voor Gerrit, die altijd zo leek op te
leven als wij elkaar spraken en ergens speelde ik misschien altijd
met name voor hem. Hij zat ook altijd vlakbij me aan een tafel en ik
durfde ook eigenlijk vooraf en na afloop, alleen maar naar hém toe
te gaan. Met andere bewoners voelde ik meer afstand, maar met Gerrit
kreeg ik een band. Dus voor Gerrit, zo had ik me bedacht toen ik dus
stopte, kom ik ooit nog één keer terug. Op de vaste prik, op
donderdagavond dus. Om nog eens voor hem te spelen.
Maar
ja, je weet hoe dat soort dingen gaan. Die blijven liggen. Maar op
één of andere manier, voelde ik me toch wel serieus over wat ik
zonder zijn medeweten aan Gerrit had beloofd. En verdomd, het kwam er
zo maar eens van dat ik er eens aan dacht en precies op de juiste dag
en tijd, waaide ik weer eens binnen bij Rijn en Vliet. En ja hoor,
daar zat hij, op zijn vaste plek aan zijn vaste tafel. We
maakten een praatje en ik heb wel een uur gespeeld. "Nou,"
zei
ik na afloop tegen Gerrit, die helaas eigenlijk zichtbaar enorm
achteruit was gegaan, "dan zie ik je volgende week weer, zelfde
tijd, zelfde plaats!" want ik hoorde dat de betreffende
vervelende mevrouw inmiddels niet meer in het restaurant kwam en ik
kon dus kennelijk gewoon weer komen spelen op de donderdagavond. "Dat
is goed," zei Gerrit, "tot volgende week."
Het
is de donderdag erop. Ik parkeer mijn scooter naast de ingang. Er
staat een vrachtwagen voor de deur. Binnen in de hal, die ik
normaliter leeg dan wel hooguit met enkele bewoners of verplegers
aantref, is het ineens stervensdruk. Maar doodstil. Goed geklede
mensen hebben zich netjes opgesteld in een halve cirkel, tegenover de
lift. Val ik in een ceremonie? Toch
geen begrafenisceremonie?
Ik zie niemand om aan te kunnen spreken. Ik krijg een naar
voorgevoel. 'Het zal toch niet net...'. Dan gaat de liftdeur open en
wordt er een kist naar buiten gereden. En krijg ik te horen dat het
inderdaad uitgerekend mijn dierbare Gerrit is, die is overleden.
Waarbij
wij
elkaar uiteindelijk
dus treffen
in de hal waarbij hij tussen zes planken ligt in plaats van al aan
tafel zit te wachten op mijn piano optreden.
Met
nog met die lompe
vrachtwagen
voor de deur, als
een doorn in het oog,
maakte ik contact met enkele familieleden van Gerrit en legde aan hen
uit dat ik als pianist een speciale band met hun opa had opgebouwd.
En ik werd direct gevraagd om nog één keer voor hem en zijn
familieleden te spelen, tijdens de afscheidsceremonie op zijn
begrafenis, enkele dagen later.
En
zo geschiedde.
Ik
werd opgehaald en omdat
de ceremonie rond etenstijd was, gingen
we
eerst
nog snel langs de MacDrive
om
onze honger te stillen. De ceremonie was in twee kleine zalen. Gerrit
lag opgebaard in één zaal waar de familie afscheid van hem nam
terwijl ik speelde in de andere kleine zaal waar mensen zich weer
konden terugtrekken. Ik kon de kleindochter van Gerrit nog blij maken
met een opname van zijn stem, die ik
had opgenomen
op
mijn telefoon omdat
ik eens
mijn
eigen spel opnam – waar Gerrit
dus gemoedelijk doorheen
kwam praten.
Enige tijd hield ik nog contact met de familie, maar dat verwaterde.
Maar die lieve Gerrit zal ik echt nooit meer vergeten.
