Gerrit

14-07-2026

Enige tijd geleden speelde ik als vrijwilliger elke donderdagavond piano in het restaurant van een verzorgingstehuis in Leiden. Het merendeel van de bewoners aldaar heeft te kampen met dementie, iets waar ik niet voor ben opgeleid en totaal geen ervaring mee had.

Er sprongen drie dementerende bewoners in het oog. Er was één dame die op haar hoge leeftijd nogal dichtbij kwam en op een gegeven moment min of meer grensoverschrijdend gedrag vertoonde waar ik toen zelf iets van heb gezegd. Op een vriendelijke wijze uiteraard, waarna het stopte. En dan waren er de twee uitersten: één bewoonster die
mijn pianospel helemaal niets vond en wel eens, terwijl ik aan het spelen was, naar me toekwam om me te vertellen dat ze het helemaal niets vond. En er was Gerrit. En Gerrit vond het helemaal geweldig en kwam altijd even gezellig aan mijn piano staan om met zijn zachtaardige, licht krakende stem, een kort praatje te maken.

Ik heb zoals gezegd geen ervaring met dementie. Daarnaast ben ik erg gevoelig voor de uitwerking van botte, of laten we zeggen directe persoonlijke kritiek. En dus kon ik er helaas opnieuw niet om lachen toen 'de vervelende mevrouw' voor een derde keer mijn bui verpestte, door, terwijl ik aan het spelen was, te zeggen: "ja maar dit is toch helemaal niet mooi?!"
In plaats van dat ik in lachen uitbarstte, was de maat vol. Afkeer van een enkeling had het weer eens gewonnen van enthousiasme van het merendeel van de mensen in de hele zaal, die waarschijnlijk stilletjes best hadden genoten van mijn spel.

Ergens vond ik het jammer, vooral voor Gerrit, die altijd zo leek op te leven als wij elkaar spraken en ergens speelde ik misschien altijd met name voor hem. Hij zat ook altijd vlakbij me aan een tafel en ik durfde ook eigenlijk vooraf en na afloop, alleen maar naar hém toe te gaan. Met andere bewoners voelde ik meer afstand, maar met Gerrit kreeg ik een band. Dus voor Gerrit, zo had ik me bedacht toen ik dus stopte, kom ik ooit nog één keer terug. Op de vaste prik, op donderdagavond dus. Om nog eens voor hem te spelen.

Maar ja, je weet hoe dat soort dingen gaan. Die blijven liggen. Maar op één of andere manier, voelde ik me toch wel serieus over wat ik zonder zijn medeweten aan Gerrit had beloofd. En verdomd, het kwam er zo maar eens van dat ik er eens aan dacht en precies op de juiste dag en tijd, waaide ik weer eens binnen bij Rijn en Vliet. En ja hoor, daar zat hij, op zijn vaste plek aan zijn vaste tafel. We maakten een praatje en ik heb wel een uur gespeeld. "Nou," zei ik na afloop tegen Gerrit, die helaas eigenlijk zichtbaar enorm achteruit was gegaan, "dan zie ik je volgende week weer, zelfde tijd, zelfde plaats!" want ik hoorde dat de betreffende vervelende mevrouw inmiddels niet meer in het restaurant kwam en ik kon dus kennelijk gewoon weer komen spelen op de donderdagavond. "Dat is goed," zei Gerrit, "tot volgende week."

Het is de donderdag erop. Ik parkeer mijn scooter naast de ingang. Er staat een vrachtwagen voor de deur. Binnen in de hal, die ik normaliter leeg dan wel hooguit met enkele bewoners of verplegers aantref, is het ineens stervensdruk. Maar doodstil. Goed geklede mensen hebben zich netjes opgesteld in een halve cirkel, tegenover de lift. Val ik in een ceremonie?
Toch geen begrafenisceremonie? Ik zie niemand om aan te kunnen spreken. Ik krijg een naar voorgevoel. 'Het zal toch niet net...'. Dan gaat de liftdeur open en wordt er een kist naar buiten gereden. En krijg ik te horen dat het inderdaad uitgerekend mijn dierbare Gerrit is, die is overleden. Waarbij wij elkaar uiteindelijk dus treffen in de hal waarbij hij tussen zes planken ligt in plaats van al aan tafel zit te wachten op mijn piano optreden.

Met nog met die
lompe vrachtwagen voor de deur, als een doorn in het oog, maakte ik contact met enkele familieleden van Gerrit en legde aan hen uit dat ik als pianist een speciale band met hun opa had opgebouwd. En ik werd direct gevraagd om nog één keer voor hem en zijn familieleden te spelen, tijdens de afscheidsceremonie op zijn begrafenis, enkele dagen later.

En zo geschiedde.

Ik werd opgehaald en
omdat de ceremonie rond etenstijd was, gingen we eerst nog snel langs de MacDrive om onze honger te stillen. De ceremonie was in twee kleine zalen. Gerrit lag opgebaard in één zaal waar de familie afscheid van hem nam terwijl ik speelde in de andere kleine zaal waar mensen zich weer konden terugtrekken. Ik kon de kleindochter van Gerrit nog blij maken met een opname van zijn stem, die ik had opgenomen op mijn telefoon omdat ik eens mijn eigen spel opnam – waar Gerrit dus gemoedelijk doorheen kwam praten. Enige tijd hield ik nog contact met de familie, maar dat verwaterde. Maar die lieve Gerrit zal ik echt nooit meer vergeten.

Share