Bus kwijt

15-07-2026

Eenmaal, ben ik een bus kwijtgeraakt. Of andersom gezegd: een bus is mij een keertje kwijtgeraakt. Of laten we zeggen dat een bus en ik elkaar een keer zijn kwijtgeraakt. En niet zomaar een stadsbus. Het gebeurde in België, op weg naar Frankrijk. Echt net zo'n bus die je niet wilt kwijtraken dus. Gelukkig had ik mijn rugtas nog wel, met mijn paspoort, sigaretten én: de route van de bus langs alle musea die we deze dag zouden bezoeken tijdens deze Eerste Wereldoorlog trip, georganiseerd vanuit de universiteit Leiden, onder leiding van de inmiddels helaas overleden professor Koen Koch. Wat ik niet bij me had was mijn portemonnee, die zat nog veilig in de binnenzak van mijn jas – en die lag nog keurig op mijn lege stoel in de bus.

Ik stopte mijn aantekeningenschrift weer terug in mijn rugtas. Tijdens de eerste benzine stop in België, was ik hierin veel te diep verzonken geraakt, toen ik speciaal even op een afgezonderd plekje was gaan zitten. Weg van al mijn gevoelloze, met name Amerikaanse medestudenten van het keuzevak W.O. I. Zij leken onze reis in het teken van de voor soldaten misschien wel gruwelijkste oorlog ooit, meer te beschouwen dan wel te beleven als een plezierreisje ver weg van de universiteit en het verplichte klassikale leren. Ik aan de andere kant, leefde me helemaal in en raakte tijdens onze eerste stop compleet de tijd kwijt. En toen ik, enigszins met een slecht voorgevoel, weer naar de bus toe snelde vanuit mijn verstop plaats, was 'ie vertrokken. Er had in de bus ook niemand naast mij gezeten, dus had niemand direct aan de bel getrokken.

Met het reisschema in mijn hand startte ik in het benzinestation met het benaderen van mensen om een lift te krijgen. Dat lukte vrij snel bij een vrouw die nota bene uit dezelfde geboortestreek rond Hoorn in Noord Holland bleek te komen als ik. Met te hoge snelheid gierden we als een malle over de Belgische snelweg om de touringcar in te halen. Toen ze vroeg of ik in reïncarnatie geloof, zag ik aan de overkant een vrachtwagen passeren met daarop in grote letters het woord GEEST geschreven. Ze zette me af bij een volgend tankstation, want haar route volgde niet langer die van de verdwenen bus. Daar wilde ik zo snel mogelijk een volgende rit vinden, want mijn achterstand werd nu weer met de minuut groter in plaats van kleiner.

Dit keer lukte het me, gelukkig weer vrij snel, om een zeer vriendelijke Marokkaanse gozer te charteren. Hij lachte zich dubbel om mijn verhaal en ik mocht hem al meteen MoMo noemen, zoals alleen zijn vrienden hem mogen noemen zei hij. Een aantal daarvan belde hij tijdens het rijden zelfs meteen op om hen lachend dit onwaarschijnlijke verhaal te vertellen. Je zou kunnen zeggen dat hij me dus al meteen in zijn vriendengroep heeft geïntroduceerd. Hij bracht me naar een treinstation, vertelde me welke trein ik moest hebben en gaf me zelfs geld voor het kaartje, zo rond de vier euro, wat ik zelf dus niet had kunnen betalen. Ik heb hem enorm bedankt maar alles wat hij kon was alleen maar lachen.

Dus ik met de trein naar het Belgische stadje waar ik wist hoe laat de groep zou arriveren bij het eerstvolgende museum dat we die dag gingen bezoeken. En dus ik vanaf het station naar dat museum, waar ik zelfs eerder aankwam dan zij en ik dus wat tijd over bleek te hebben. Ik zag een leuk pleintje met een leuk fonteintje vlak langs de weg naar het museum en nam plaats met de fontein vlak achter me. Uit mijn tas pakte ik het boekje dat ik in het museum alvast had gekregen en sloeg het open. En wat er toen gebeurde, leek wel magie. Ineens was het alsof de fontein achter mij, voor mijn neus was en naar mij toe kletterde, luider dan ik het waarnam van achter mij vandaan. De klaterende waterdruppels klonken me tegemoet vanaf de bladzijden van mijn boekje. Ik speelde meteen enkele keren met het open en dichtslaan ervan, om zo deelgenoot te kunnen zijn van de magische ervaring, die ik eenieder kan aanraden. Zeker tijdens het wachten.

Niet veel later stopt de bus die ik moest hebben, of de bus die mij moest hebben, of laten we zeggen dat we elkaar moesten hebben, pal voor mijn neus bij de fontein. En nog ik zie de verbaasde blik van de heer Koch soms voor me, die met een microfoon in de hand net de groep toesprak. En ik weet nog steeds niet of hij nou gewoon verbaasd was omdat het mij zelf gelukt was om mijn weg terug te vinden naar de bus, of dat hij zich op dat moment pas realiseerde dat ik al die tijd niet in zijn gezelschap aanwezig geweest was...

Share