Bus kwijt
Eenmaal, ben ik een bus kwijtgeraakt. Of andersom gezegd: een bus is mij een keertje kwijtgeraakt. Of laten we zeggen dat een bus en ik elkaar een keer zijn kwijtgeraakt. En niet zomaar een stadsbus. Het gebeurde in België, op weg naar Frankrijk. Echt net zo'n bus die je niet wilt kwijtraken dus. Gelukkig had ik mijn rugtas nog wel, met mijn paspoort, sigaretten én: de route van de bus langs alle musea die we deze dag zouden bezoeken tijdens deze Eerste Wereldoorlog trip, georganiseerd vanuit de universiteit Leiden, onder leiding van de inmiddels helaas overleden professor Koen Koch. Wat ik niet bij me had was mijn portemonnee, die zat nog veilig in de binnenzak van mijn jas – en die lag nog keurig op mijn lege stoel in de bus.
Ik
stopte mijn aantekeningenschrift weer
terug in mijn rugtas. Tijdens
de eerste benzine stop in België, was ik hierin veel te diep
verzonken geraakt, toen ik speciaal even op een afgezonderd plekje
was gaan zitten. Weg van al mijn gevoelloze, met name Amerikaanse
medestudenten
van
het
keuzevak W.O. I. Zij
leken onze
reis in het teken van de voor soldaten misschien wel gruwelijkste
oorlog ooit, meer te
beschouwen dan
wel te beleven
als
een plezierreisje ver weg van de universiteit en het verplichte
klassikale
leren.
Ik
aan de andere kant, leefde
me helemaal in en raakte
tijdens
onze eerste stop compleet
de tijd kwijt. En
toen ik, enigszins met een slecht voorgevoel, weer naar de bus toe
snelde vanuit
mijn verstop plaats,
was 'ie
vertrokken. Er
had in
de bus ook niemand naast mij gezeten, dus had niemand direct aan de
bel getrokken.
Met
het reisschema in mijn hand startte ik in het benzinestation met het
benaderen van mensen om een lift te krijgen. Dat
lukte vrij snel bij een vrouw die nota bene uit dezelfde
geboortestreek rond Hoorn in Noord Holland bleek te komen als ik. Met
te
hoge
snelheid gierden we als
een malle over
de Belgische
snelweg
om de touringcar
in te halen.
Toen
ze vroeg of ik in reïncarnatie geloof, zag ik aan de overkant een
vrachtwagen passeren met daarop in grote letters het woord GEEST
geschreven. Ze
zette me af bij een volgend tankstation, want haar route volgde niet
langer die van de verdwenen
bus.
Daar wilde ik zo
snel mogelijk een volgende rit vinden, want mijn
achterstand
werd nu weer
met
de minuut groter in
plaats van kleiner.
Dit
keer lukte het me, gelukkig
weer
vrij snel, om een zeer vriendelijke Marokkaanse gozer te charteren.
Hij
lachte zich dubbel om mijn verhaal en ik mocht hem al meteen MoMo
noemen, zoals alleen zijn vrienden hem mogen noemen zei hij. Een
aantal daarvan belde hij tijdens het rijden zelfs meteen op om hen
lachend dit onwaarschijnlijke verhaal te vertellen. Je
zou kunnen zeggen dat hij me dus al
meteen
in zijn vriendengroep heeft geïntroduceerd. Hij
bracht me naar een treinstation, vertelde me welke trein ik moest
hebben en gaf me zelfs geld voor het kaartje, zo
rond de vier euro, wat
ik zelf dus niet had kunnen betalen. Ik
heb hem enorm bedankt maar alles wat hij kon was alleen maar
lachen.
Dus
ik met de trein naar het Belgische stadje waar ik wist hoe laat de
groep zou arriveren bij het eerstvolgende museum dat we die dag
gingen bezoeken. En
dus
ik vanaf het station naar dat museum, waar ik zelfs eerder aankwam
dan
zij en
ik dus wat tijd over bleek te hebben. Ik
zag een leuk pleintje met een leuk fonteintje vlak langs de weg naar
het museum en nam plaats met de fontein vlak achter me. Uit
mijn tas pakte ik
het boekje dat ik in het museum alvast had gekregen en sloeg het
open. En
wat er toen gebeurde, leek wel magie. Ineens
was het alsof de fontein achter mij, voor mijn
neus was
en naar
mij toe kletterde, luider
dan
ik het waarnam van achter mij vandaan. De klaterende waterdruppels
klonken me tegemoet vanaf de bladzijden van mijn boekje. Ik speelde
meteen enkele keren met het open en dichtslaan ervan, om zo
deelgenoot te kunnen zijn van de magische ervaring, die ik eenieder
kan aanraden. Zeker
tijdens het wachten.
Niet
veel later stopt de bus die ik moest hebben, of de bus die mij moest
hebben, of laten we zeggen dat we elkaar moesten hebben, pal voor
mijn neus bij de fontein. En
nog ik zie de verbaasde blik van de heer Koch soms voor me, die met
een microfoon in de hand net de groep toesprak.
En
ik weet nog steeds niet of hij nou
gewoon
verbaasd was omdat het mij zelf gelukt was om mijn weg terug te
vinden naar de bus, of dat hij zich op dat moment pas realiseerde dat
ik al die tijd niet in zijn gezelschap aanwezig geweest was...
